ECLI:NL:RBDHA:2024:15380
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel van bewaring in vreemdelingenrechtelijke zaak
De minister heeft op 2 mei 2024 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van de Vreemdelingenwet 2000, welke nog voortduurt. Eerder heeft de rechtbank deze maatregel reeds getoetst in uitspraken van 17 mei en 16 juli 2024. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van de bewaring en verzocht om schadevergoeding.
De rechtbank beoordeelt of de maatregel sinds het sluiten van het eerdere onderzoek op 10 juli 2024 rechtmatig is. Eiser voert aan dat de minister onvoldoende voortvarend werkt aan uitzetting, dat het zicht op uitzetting ontbreekt en dat een lichter middel dan bewaring passend zou zijn. De rechtbank oordeelt dat de minister voldoende voortvarend handelt, onder meer door rappels op de laissez-passer aanvraag en vertrekgesprekken met eiser.
Verder is volgens de rechtbank het zicht op uitzetting niet verdwenen, mede omdat de Marokkaanse autoriteiten niet altijd een persoonlijke presentatie vereisen en er een laissez-passer is aangevraagd. Ten slotte is het onttrekkingsrisico aanwezig, waardoor een lichter middel niet toereikend is. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek tot schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen.