ECLI:NL:RBDHA:2024:15421
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens niet-tijdig ingediende ingebrekestelling bij verlengde beslistermijn asielaanvraag
De zaak betreft een beroep van eiser tegen het niet tijdig beslissen door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Eiser stelde dat de beslistermijn niet rechtsgeldig was verlengd volgens het besluit WBV 2023/3.
De rechtbank heeft partijen geïnformeerd dat een zitting niet nodig was, waarna het onderzoek zonder zitting is gesloten. De rechtbank overweegt dat een ingebrekestelling schriftelijk moet worden gedaan en pas na twee weken beroep kan worden ingesteld bij niet-beslissen.
Het besluit WBV 2023/3 verlengt de beslistermijn voor asielaanvragen ingediend tussen 1 januari 2023 en 1 januari 2024 met negen maanden. De aanvraag van eiser, ingediend op 3 september 2023, valt onder deze regeling. De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak waarin is vastgesteld dat de verlenging rechtsgeldig is en dat de beslistermijn voor eiser uiterlijk op 3 december 2024 eindigt.
De ingebrekestelling van eiser van 6 maart 2024 is daardoor te vroeg ingediend, waardoor niet is voldaan aan de wettelijke voorwaarden voor beroep wegens niet tijdig beslissen. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en wijst een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroeg ingediende ingebrekestelling bij verlengde beslistermijn.