ECLI:NL:RBDHA:2024:15529
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Litouwen verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank heeft het beroep op 16 september 2024 behandeld en beoordeelt of het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden toegepast ten aanzien van Litouwen. Eiser stelde dat Litouwen niet betrouwbaar is vanwege risico's op onrechtmatige detentie, slechte detentieomstandigheden, beperkte toegang tot rechtsbijstand en een vijandige houding tegenover moslims, wat zou leiden tot een schending van artikel 3 EVRM Pro.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht is uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, mede omdat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in een uitspraak van 1 mei 2024 deze omstandigheden heeft meegewogen. Eiser heeft onvoldoende concreet gemaakt waarom zijn situatie zou afwijken van die uitspraak. Ook de aanvullende beroepsgronden zijn niet in het dossier opgenomen en worden daarom niet meegenomen.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor het besluit van de minister in stand blijft en eiser geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.