ECLI:NL:RBDHA:2024:15560
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Boete wegens verhuren zonder huisvestingsvergunning gematigd wegens beperkte ernst overtreding
Eiseres verhuurde een woning zonder de vereiste huisvestingsvergunning, waarop het college van burgemeester en wethouders van Den Haag een boete van €10.000 oplegde. Eiseres voerde aan dat de boete onterecht en onevenredig was, omdat zij voldeed aan de voorwaarden voor de vergunning en de overtreding van geringe betekenis was.
De rechtbank oordeelde dat de boete terecht was opgelegd omdat eiseres op het moment van controle niet beschikte over de vergunning en deze ook niet had aangevraagd. Het standpunt van eiseres dat verweerder in ernstigere gevallen geen boetes oplegt, werd verworpen omdat dit niet relevant is voor de beoordeling van haar zaak.
Wel werd geoordeeld dat de boete gematigd moest worden tot €5.000, omdat de bewoner voldeed aan de voorwaarden voor de vergunning en de overtreding daardoor minder ernstig was. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en stelde de boete zelf vast op dit lagere bedrag. Daarnaast werd het griffierecht aan eiseres vergoed.
De rechtbank vond dat eiseres voldoende gelegenheid had gekregen om haar bezwaar toe te lichten en dat zij zorgvuldig was bejegend. De uitspraak treedt in de plaats van het bestreden besluit en kan worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen zes weken.
Uitkomst: De boete wegens verhuren zonder huisvestingsvergunning wordt gematigd tot €5.000,-.