ECLI:NL:RVS:2024:2314
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- C.C.W. Lange
- A.B. Blomberg
- Rechtspraak.nl
Vermindering bestuurlijke boete voor onrechtmatige verhuur zonder huisvestingsvergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag legde aan [appellante] een bestuurlijke boete van €10.000 op wegens het in gebruik geven van woonruimte aan een persoon zonder benodigde huisvestingsvergunning. Inspecteurs van de Haagse Pandbrigade constateerden op 24 juni 2020 dat de woning bewoond werd door een huurder zonder vergunning, terwijl geen aanvraag was ingediend. De huurovereenkomst was door [appellante] als beheerder ondertekend.
De rechtbank verklaarde het beroep van [appellante] ongegrond en bevestigde de boete. In hoger beroep betoogde [appellante] dat zij slechts beheerder was en niet als overtreder kon worden aangemerkt, en dat de boete disproportioneel was. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat ook een beheerder als overtreder kan worden aangemerkt indien de overtreding in de sfeer van de rechtspersoon plaatsvindt, zoals hier het geval was.
De Afdeling matigde de boete met 50% vanwege de beperkte ernst van de overtreding, aangezien de huurder voldeed aan de voorwaarden voor de vergunning en het college in de handhavingspraktijk rekening houdt met het tijdig aanvragen van de vergunning. De overige omstandigheden, zoals het niet ontvangen van een brief en de handhavingstraditie in Den Haag, waren niet doorslaggevend. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het eerdere vonnis vernietigd en de boete vastgesteld op €5.000. Het college werd tevens veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De bestuurlijke boete wordt gematigd van €10.000 naar €5.000 en het hoger beroep wordt gegrond verklaard.