ECLI:NL:RBDHA:2024:15575
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij verlengde beslistermijn asielaanvraag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank heeft partijen geïnformeerd dat een zitting niet nodig was en het onderzoek gesloten zonder zitting.
De kern van het geschil betreft de toepassing van het besluit WBV 2023/3, dat sinds 27 januari 2023 van kracht is en de beslistermijnen voor asielaanvragen ingediend tussen 1 januari 2023 en 1 januari 2024 met negen maanden verlengt. Eiser betwist dat de situatie waarop dit besluit is gebaseerd zich voordoet en stelt dat de verlenging van de beslistermijn niet geldig is, waardoor de ingebrekestelling niet prematuur was.
De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak van 16 februari 2024 waarin is geoordeeld dat de minister voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de situatie als bedoeld in artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet zich voordeed ten tijde van de inwerkingtreding van WBV 2023/3. Omdat eiser zijn aanvraag op 21 november 2023 heeft ingediend, valt deze onder de verlengde beslistermijn, die uiterlijk 21 februari 2025 eindigt. De ingebrekestelling van 8 februari 2024 is daardoor te vroeg ingediend.
Gelet hierop voldoet het beroep niet aan de voorwaarden van artikel 6:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht en is het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de ingebrekestelling te vroeg is ingediend binnen de verlengde beslistermijn.