ECLI:NL:RBDHA:2024:15606

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
25 september 2024
Publicatiedatum
30 september 2024
Zaaknummer
NL23.18549
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na toewijzing asielaanvraag

In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de verzoeker een asielaanvraag ingediend die door de minister van Asiel en Migratie voor bepaalde tijd is ingewilligd bij besluit van 21 juni 2023. Tegen dit besluit heeft verzoeker beroep ingesteld en tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend bij de voorzieningenrechter.

De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zonder zitting uitspraak gedaan. Hierbij is overwogen dat op 26 oktober 2023 reeds een uitspraak is gedaan in een gerelateerde zaak (zaaknummer NL23.18548) waarin het beroep is behandeld. Gezien deze eerdere uitspraak wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 25 september 2024 en openbaar gemaakt via een geanonimiseerde publicatie. Tegen deze beslissing staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening in de asielzaak is afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.18549

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker], verzoeker,

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. A.D. Kupelian),
en
de minister van Asiel en Migratie,voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
(gemachtigde: mr. C.W.M. van Breda).

Procesverloop

Bij besluit van 21 juni 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag voor bepaalde tijd ingewilligd.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verder heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van 26 oktober 2023, zaaknummer NL23.18548, heeft de rechtbank
uitspraak gedaan op het beroep. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 25 september 2025 door mr. J.F.I. Sinack, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A.A.M. Mangroe, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.