Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter van 30 september 2024 in de zaak tussen
[naam] , verzoekster
voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,de minister
Rechtbank Den Haag
Verzoekster heeft een verzoek ingediend tot proceskostenveroordeling van de minister van Asiel en Migratie naar aanleiding van een bestuursrechtelijke procedure over een besluit van 4 oktober 2023. Dit verzoek volgde op de intrekking van haar verzoek om een voorlopige voorziening nadat de minister het bezwaar alsnog gegrond had verklaard op 2 juli 2024.
De voorzieningenrechter heeft beoordeeld of de minister aan het verzoek om voorlopige voorziening is tegemoetgekomen in de zin van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), hetgeen het geval was. De minister had het oorspronkelijke besluit niet herroepen wegens een aan hem te wijten onrechtmatigheid, maar omdat verzoekster de gevraagde bewijsmiddelen pas na het indienen van bezwaar had overgelegd.
Hoewel de minister aan het verzoek tegemoet is gekomen, is er volgens de voorzieningenrechter geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het verzoek wordt daarom als kennelijk ongegrond afgewezen. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is onherroepelijk.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen omdat het besluit niet herroepen is wegens een aan de minister te wijten onrechtmatigheid.