ECLI:NL:RBDHA:2024:15638
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
Eiser, van Iraakse nationaliteit, diende een asielaanvraag in Nederland in die niet in behandeling werd genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. De minister heeft op 26 augustus 2024 het besluit genomen om de aanvraag niet te behandelen en een verzoek tot overname aan Duitsland gedaan, dat door Duitsland is aanvaard.
Eiser voerde aan dat artikel 6 EVRM Pro werd geschonden vanwege te korte termijnen voor het indienen van beroepsgronden en dat hij risico loopt op indirect refoulement bij overdracht aan Duitsland. De rechtbank oordeelt dat eiser voldoende tijd heeft gehad om zijn beroepsgronden in te dienen en dat er geen sprake is van een schending van het recht op een eerlijk proces.
Verder heeft eiser onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij bij overdracht aan Duitsland een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 van Pro het Handvest. De rechtbank volgt het interstatelijk vertrouwensbeginsel en ziet geen reden om af te wijken van de overdracht. Het beroep wordt daarom kennelijk ongegrond verklaard en de overdracht aan Duitsland blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard en eiser mag worden overgedragen aan Duitsland.