ECLI:NL:RBDHA:2024:15726
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde woning in Den Haag
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning in Den Haag, met een waardepeildatum van 1 januari 2022. De heffingsambtenaar had de waarde vastgesteld op €305.000, terwijl belanghebbende een waarde van €234.000 bepleitte.
Tijdens de zitting trok belanghebbende de beroepsgronden in die zagen op het niet overleggen van stukken, waardoor alleen de waarde van de woning nog in geschil was. De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar met een waarderingsmatrix en vergelijkingsobjecten aannemelijk had gemaakt dat de vastgestelde waarde niet te hoog was. De gebruikte vergelijkingsobjecten waren goed vergelijkbaar en de verschillen waren adequaat gecorrigeerd.
Hoewel de matrix enkele onduidelijkheden bevatte, zoals het gebruik van de gemiddelde per eenheid prijs en correcties die niet volledig waren uitgesplitst, was het verschil tussen de door belanghebbende bepleite waarde en de door de matrix onderbouwde waarde marginaal (minder dan 1,5%). De rechtbank concludeerde dat de vastgestelde WOZ-waarde binnen een aanvaardbare bandbreedte lag en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €305.000 wordt ongegrond verklaard.