ECLI:NL:RBDHA:2024:15774
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
De rechtbank Den Haag heeft op 30 september 2024 uitspraak gedaan in het beroep van eiser tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk zou zijn op grond van de Dublinverordening.
Eiser voerde aan dat het besluit onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd was, dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten onrechte werd toegepast, en dat Duitsland tekortschiet in de toegang tot rechtsbijstand en bescherming, met name voor homoseksuele asielzoekers. Hij stelde dat hij risico liep op indirect refoulement en discriminatie.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het Duitse asiel- en opvangsysteem zodanige tekortkomingen vertoont dat overdracht aan Duitsland een reëel risico op een schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro inhoudt. De stellingen over discriminatie en ontoereikende rechtsbijstand waren onvoldoende onderbouwd. Het besluit was zorgvuldig en voldoende gemotiveerd.
De rechtbank verklaarde het beroep kennelijk ongegrond en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Er is geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.