ECLI:NL:RBDHA:2024:15776
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening naar Zwitserland ongegrond verklaard
Eiser, met de Sierraleoonse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, maar de minister van Asiel en Migratie nam de aanvraag niet in behandeling omdat Zwitserland verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening.
Eiser voerde aan dat het besluit in strijd was met diverse internationale verdragen en dat Zwitserland tekortkomingen vertoonde in de asielprocedure en opvangvoorzieningen, waardoor hij risico liep op onmenselijke behandeling en indirect refoulement. Tevens stelde hij dat zijn medische situatie onvoldoende was meegewogen.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat Zwitserland niet aan zijn verdragsverplichtingen voldoet en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel van toepassing is. Ook was er geen sprake van bijzondere omstandigheden die toepassing van artikel 17 van Pro de Dublinverordening rechtvaardigen.
De rechtbank concludeerde dat het bestreden besluit zorgvuldig en voldoende gemotiveerd was, ondanks een kennelijke verschrijving in de beschikking. Het beroep werd daarom kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.