ECLI:NL:RBDHA:2024:15843
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf
Eiser heeft op 13 maart 2023 een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis voor meerdere personen. Na het niet tijdig beslissen op deze aanvraag heeft eiser de minister in gebreke gesteld en vervolgens beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit. De rechtbank heeft eerder een beslistermijn van acht weken opgelegd, maar de minister heeft hier niet aan voldaan.
De minister voert aan dat het FIFO-principe wordt gehanteerd om aanvragen efficiënter te verwerken en verzoekt om aanhouding van het beroep of een ruimere beslistermijn. De rechtbank wijst dit verzoek af omdat er geen sprake is van overmacht en het belang van tijdige besluitvorming prevaleert.
De rechtbank stelt vast dat de minister nog geen besluit heeft genomen en legt daarom een dwangsom van €200 per dag op met een maximum van €15.000. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De minister wordt opgedragen binnen twee weken alsnog een besluit te nemen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt opgedragen binnen twee weken alsnog te beslissen met oplegging van een dwangsom bij overschrijding.