ECLI:NL:RBDHA:2024:15877
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen terugkeerbesluit wegens medische redenen
Verzoekster, met de Surinaamse nationaliteit, diende op 13 februari 2024 een aanvraag in voor uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet vanwege een ernstige aangeboren aandoening (AVM) waarvoor zij in Nederland een langdurige behandeling wenst te ondergaan. De minister wees dit verzoek op 15 maart 2024 af, gesteund op een advies van het Bureau Medische Advisering (BMA) dat stelde dat verzoekster medisch in staat is te reizen en dat geen medische noodsituatie binnen 3 tot 6 maanden te verwachten is.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoekster weliswaar spoedeisend belang heeft bij een voorlopige voorziening, maar dat het bezwaar tegen het bestreden besluit geen redelijke kans van slagen heeft. Het BMA-advies is deskundig en objectief, en verzoekster heeft onvoldoende medische stukken overgelegd om dit te betwisten. Ook het beroep op het arrest Paposhvili en artikel 8 EVRM Pro faalt, omdat er geen reëel risico is op schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer naar Suriname.
De voorzieningenrechter concludeert dat het verzoek om voorlopige voorziening moet worden afgewezen en dat er geen aanleiding is tot vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is definitief en niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het terugkeerbesluit wordt afgewezen vanwege onvoldoende medische onderbouwing.