ECLI:NL:RVS:2017:2628
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- M.G.J. Parkins-de Vin
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling uitzetting vreemdeling met PTSS in het licht van arrest Paposhvili en artikel 3 EVRM
De vreemdeling uit Sierra Leone verzocht om opschorting van zijn uitzetting vanwege zijn gezondheidstoestand, met name een posttraumatische stressstoornis (PTSS). De staatssecretaris wees dit verzoek af op basis van een advies van het Bureau Medische Advisering (BMA), dat stelde dat uitblijven van behandeling niet zou leiden tot een medische noodsituatie binnen drie maanden.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Raad van State. De kern van het geschil betrof de uitleg van het arrest Paposhvili van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) over de toepassing van artikel 3 EVRM Pro bij uitzettingen van ernstig zieke vreemdelingen.
De Raad van State overwoog uitgebreid dat het arrest Paposhvili een hoge drempel stelt voor het voorkomen van uitzetting op grond van artikel 3 EVRM Pro, namelijk dat er sprake moet zijn van een ernstige, snelle en onomkeerbare achteruitgang van de gezondheid binnen een korte termijn. De staatssecretaris mag daarbij uitgaan van een termijn van drie maanden voor het vaststellen van een medische noodsituatie.
De Raad verwierp het standpunt van de vreemdeling dat het BMA ook de medische gevolgen van de uitzetting zelf moet onderzoeken en bevestigde dat de staatssecretaris het BMA-advies terecht als uitgangspunt heeft genomen. De grief faalt en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van het verzoek om uitzetting achterwege te laten omdat geen medische noodsituatie op korte termijn is vastgesteld.