ECLI:NL:RBDHA:2024:15881
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige dienstplichtoproep en geen reëel risico op ernstige schade
Eiser, een Algerijnse staatsburger geboren in 1989, verzocht om een verblijfsvergunning asiel wegens dienstweigering en een aanhoudingsbevel in Algerije. Hij stelde dat hij gevaar loopt bij terugkeer omdat hij gedwongen zou worden tot militaire dienst. De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, omdat eiser de oproepen en het aanhoudingsbevel niet aannemelijk had gemaakt en er geen bewijs was dat hij niet in aanmerking kwam voor vrijstelling.
De rechtbank behandelde het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening op 18 juli 2024, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet verschenen. De rechtbank oordeelde dat de minister terecht de oproep en het aanhoudingsbevel ongeloofwaardig achtte, mede omdat eiser geen documenten overlegd had en de eerste oproep pas op 28-jarige leeftijd zou zijn ontvangen, wat niet strookt met de dienstplichtpraktijk in Algerije.
De rechtbank vond dat de minister voldoende had gemotiveerd dat er geen reëel risico op ernstige schade bestaat en dat eiser geen aanspraak kan maken op bescherming op grond van de dienstplichtontduiking. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.