ECLI:NL:RBDHA:2024:15883
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Hanssen - Telman
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen voortduren maatregel van bewaring in asielprocedure
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, stelde beroep in tegen het voortduren van de maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59b van de Vreemdelingenwet 2000. De minister had de maatregel op 3 juli 2024 opgelegd en deze op 12 september 2024 opgeheven. De rechtbank behandelde het beroep op 27 september 2024 via telehoor.
De rechtbank overwoog dat de maatregel tot het moment van het sluiten van het eerdere onderzoek op 19 juli 2024 rechtmatig was. De beoordeling richtte zich op de periode daarna en de vraag of de maatregel onrechtmatig was geweest en of schadevergoeding toekwam. Eiser stelde dat de omzetting van de maatregel te laat was en dat het rappelleren op zijn laissez-passer-aanvraag tijdens de asielprocedure onrechtmatig was.
De rechtbank oordeelde dat de omzetting binnen twee dagen na de uitspraak in het hoger beroep op de asielaanvraag plaatsvond en daarmee tijdig was. De minister had voldoende voortvarend aan de asielaanvraag gewerkt en de maatregel kon op grond van de wet worden verlengd. De rappels op de lp-aanvraag vonden plaats volgens de gebruikelijke handelswijze en waren niet onrechtmatig, omdat geen nieuwe informatie over eiser werd verstrekt en eiser geen schade of gevaar liep.
Ten slotte was het opleggen van geen lichter middel terecht, omdat eiser niet meewerkte aan zijn uitzetting en geen gronden had aangevoerd voor een lichter middel. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard omdat de maatregel tijdig en rechtmatig is omgezet.