ECLI:NL:RBDHA:2024:15946
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens te vroege ingebrekestelling bij verlengde beslistermijn asielaanvraag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank heeft partijen gevraagd of een zitting nodig was, maar omdat geen van beiden dit wenste, is het onderzoek gesloten zonder zitting.
De kern van het geschil betreft de toepassing van het besluit WBV 2023/3, dat sinds 27 januari 2023 geldt en de beslistermijnen voor asielaanvragen die zijn ingediend tussen 1 januari 2023 en 1 januari 2024 met negen maanden verlengt. Eiseres betwist dat deze verlenging rechtsgeldig is toegepast in haar zaak en stelt dat zij verweerder niet prematuur in gebreke heeft gesteld.
De rechtbank volgt dit standpunt niet en verwijst naar een eerdere uitspraak van 16 februari 2024 waarin is geoordeeld dat de verlenging terecht is toegepast. Omdat eiseres haar aanvraag op 16 november 2023 heeft ingediend, valt haar zaak onder de verlengde beslistermijn. De ingebrekestelling van 6 augustus 2024 is daardoor te vroeg ingediend, waardoor niet is voldaan aan de voorwaarden voor ontvankelijkheid van het beroep.
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroege ingebrekestelling door verlenging van de beslistermijn.