ECLI:NL:RBDHA:2024:1597

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
9 januari 2024
Publicatiedatum
13 februari 2024
Zaaknummer
NL23.15863-V
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep niet tijdig besluit staatssecretaris

Opposant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De rechtbank heeft dit beroep op 11 september 2023 niet-ontvankelijk verklaard omdat de Staatssecretaris inmiddels een besluit heeft genomen, waardoor opposant geen belang meer had bij een oordeel van de rechtbank.

Tegen deze niet-ontvankelijkverklaring is door opposant verzet ingesteld. De rechtbank heeft dit verzet beoordeeld zonder zitting en geconcludeerd dat het verzet ongegrond is, omdat het oordeel dat het beroep niet-ontvankelijk is buiten redelijke twijfel staat.

Opposant heeft bezwaar gemaakt tegen de toegepaste wegingsfactor van 0,25 bij de proceskostenveroordeling, stellende dat deze te laag is en onvoldoende de gemaakte kosten dekt. De rechtbank ziet echter geen aanleiding om hiervan af te wijken en handhaaft de eerdere beslissing.

De uitspraak van 21 september 2023 blijft daarmee in stand en tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.15863 V

uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet van

[opposant] , opposant

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. M. Grigorjan).

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat opposante heeft ingediend tegen het niet tijdig nemen van een besluit van een besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Bij uitspraak van 11 september 2023 heeft de rechtbank dat beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Opposant heeft tegen deze uitspraak verzet ingesteld.
Opposant heeft niet verzocht om op een zitting te worden gehoord.

Overwegingen

1. De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt die mogelijkheid als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank heeft het beroep kennelijk niet-ontvankelijk geacht. De reden hiervoor is dat de rechtbank tot de conclusie is gekomen dat opposant met zijn beroep namelijk wilde bereiken dat verweerder zou beslissen op zijn aanvraag. Omdat verweerder dit inmiddels heeft gedaan, heeft opposant geen belang meer bij een oordeel van de rechtbank over zijn beroep.
2. In deze verzetzaak beoordeelt de rechtbank uitsluitend of in de buiten-zittinguitspraak terecht is geoordeeld dat buiten redelijke twijfel is dat het beroep niet-ontvankelijk is. Aan de inhoud van de beroepsgronden komt de rechtbank in deze zaak pas toe als het verzet gegrond is.
3. Opposant voert tegen de uitspraak van de rechtbank aan dat het verzet zich richt op de
proceskosten. Opposant is het niet eens dat de rechtbank bij de veroordeling in de proceskosten - anders dan in andere zaken - een wegingsfactor van 0,25 heeft gehanteerd.
Opposant vindt een wegingsfactor van 0,25 veel te licht en geeft aan dat het de gemaakte kosten van de werkzaamheden totaal niet dekt. Vervolgens geeft opposant aan dat het onduidelijk is, hoe de rechtbank tot de beslissing komt dat er afgeweken dient te worden van de gebruikelijke proceskosten. Opposant geeft aan dat normaliter in dergelijke zaken een wegingsfactor van 0,5 toegepast en dat de rechtbank dit in dit geval ook had moeten doen.
4. Voor de uitleg van de gehanteerde wegingsfactor verwijst de rechtbank naar zijn uitspraak van 4 september 2023 [1] . De rechtbank heeft in de lijn van deze uitspraak bij de veroordeling in de proceskosten een wegingsfactor van 0,25 gehanteerd. Omdat dit beroep niet anders is dan andere beroepen niet tijdig, heeft de rechtbank het beroep zonder zitting kunnen afdoen.
5. Het verzet is ongegrond. Dat betekent dat de uitspraak van 21 september 2023 in stand blijft.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Eversteijn, rechter, in aanwezigheid van S. Ayyildiz, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.