ECLI:NL:RBDHA:2024:1598
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters rechtbank Den Haag wegens vermeende vooringenomenheid
Verdachte, vertegenwoordigd door mr. R.D.A. van Boom, diende een wrakingsverzoek in tegen drie rechters van de rechtbank Den Haag nadat onderzoekswensen van de verdediging waren afgewezen. De wrakingskamer beoordeelde of er sprake was van een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.
De wrakingskamer oordeelde dat de beslissing op de onderzoekswensen een tussenbeslissing betrof, een voorlopig oordeel waarop de rechtbank later kan terugkomen. De motivering van de rechtbank leidde niet tot een objectieve vrees van partijdigheid. Het verzoek werd tijdig ingediend na de beslissing en de procedure werd geschorst.
De wrakingskamer benadrukte dat wraking geen verkapt rechtsmiddel is en dat het gesloten stelsel van rechtsmiddelen niet toestaat dat een motivering van een tussenbeslissing een grond voor wraking vormt. Het verzoek werd daarom ongegrond verklaard en afgewezen. De hoofdzaak wordt voortgezet in de stand van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters wordt afgewezen wegens het ontbreken van een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.