ECLI:NL:RBDHA:2024:15994
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening ongegrond verklaard
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De minister baseerde dit besluit op de Dublinverordening, omdat Bulgarije verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Nederland heeft een verzoek tot terugname aan Bulgarije gedaan, dat is aanvaard.
Eiser stelde dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Bulgarije kon worden aangenomen, vanwege vermeende systeemfouten in het Bulgaarse asiel- en opvangsysteem en persoonlijke mishandeling door politie, detentie zonder rechterlijke tussenkomst en gebrek aan rechtsbijstand. De rechtbank overweegt dat het aan eiser is om aannemelijk te maken dat hij een reëel risico loopt op een behandeling die in strijd is met artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro.
De rechtbank oordeelt dat eiser hierin niet is geslaagd omdat zijn persoonlijke ervaringen onvoldoende zijn onderbouwd. De minister mocht uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Daarnaast is niet gebleken dat Bulgaarse autoriteiten niet in staat zijn eiser te helpen. De persoonlijke omstandigheden van eiser vormen geen bijzondere individuele omstandigheid die overdracht onevenredig hard maakt.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt het besluit van de minister. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.