ECLI:NL:RBDHA:2024:16021
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang na MOB-melding in asielprocedure
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag. De rechtbank heeft partijen niet uitgenodigd voor een zitting omdat dat niet noodzakelijk werd geacht.
De minister heeft de rechtbank geïnformeerd dat eiser op 19 juni 2024 door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers als met onbekende bestemming vertrokken (MOB) is geregistreerd. De gemachtigde van eiser kon sinds die datum geen contact meer met hem krijgen. De rechtbank heeft op basis hiervan geoordeeld dat eiser geen procesbelang meer heeft bij zijn beroep, omdat het ontbreken van contact en de MOB-registratie erop duiden dat eiser geen prijs meer stelt op de aanvankelijk gezochte bescherming.
De rechtbank heeft daarbij de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 1 juli 2024 betrokken, waarin wordt benadrukt dat terughoudendheid geboden is bij het niet-ontvankelijk verklaren op basis van een MOB-melding. Echter, omdat de gemachtigde geen recent contact meer had, is het belang van eiser komen te vervallen.
De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding tot het opleggen van proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter G.A. van der Straaten op 2 oktober 2024.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang na registratie als met onbekende bestemming vertrokken.