De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) tot verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, geboren in 2007, die momenteel verblijft bij een jeugdhulpaanbieder. De moeder is belast met het ouderlijk gezag maar werkt niet mee en geeft aan niet meer voor de minderjarige te kunnen zorgen, vermoedelijk door overbelasting en persoonlijke problematiek.
De kinderrechter heeft de stukken bestudeerd en een mondelinge behandeling gehouden waarbij de minderjarige is gehoord. Uit het dossier blijkt dat de minderjarige emotioneel lijdt onder de situatie, met klachten van boosheid, onzekerheid en lichamelijke stress. Ondanks deze omstandigheden toont de minderjarige inzet en volgt zij psychomotorische therapie en staat open voor verdere diagnostiek en begeleiding.
De kinderrechter concludeert dat de wettelijke criteria voor verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing zijn vervuld. De huidige situatie en het belang van de minderjarige maken het noodzakelijk dat de maatregelen worden verlengd tot haar meerderjarigheid in 2025. De moeder krijgt tot september ruimte om haar gezag uit te oefenen, waarna mogelijk een gezagsbeëindiging wordt onderzocht. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden.