Verzoeker, een sergeant bij defensie, is ontslagen wegens wangedrag na een positieve speekseltest op cocaïne en weigering van een bloedtest. Het ontslag is gebaseerd op het zero tolerance beleid van verweerder tegen harddrugsgebruik.
Verzoeker erkent alcoholproblemen en ontkent bewust gebruik van cocaïne, wijzend op mogelijke alternatieve verklaringen voor de positieve test. Tevens stelt hij dat verweerder onvoldoende zorgplicht heeft betracht door niet adequaat te reageren op zijn hulpvragen voor alcoholverslaving.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verweerder in beginsel terecht tot ontslag kon overgaan, maar dat in dit specifieke geval aanvullend onderzoek noodzakelijk was vanwege de alcoholproblematiek en de weigering van bloedtest. Het ontbreken van inzicht in het medisch dossier en de behandeling van verzoeker maakt het ontslagbesluit onzorgvuldig.
Daarom wordt het ontslagbesluit opgeschort tot zes weken na de beslissing op bezwaar. Verweerder wordt tevens veroordeeld tot terugbetaling van griffierecht en vergoeding van proceskosten aan verzoeker.