ECLI:NL:RBDHA:2024:16078
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingebrekestelling bij verlengde beslistermijn asielaanvraag
Eiser diende op 15 november 2023 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie had op grond van het besluit WBV 2023/3 de beslistermijn voor asielaanvragen die tussen 1 januari 2023 en 1 januari 2024 zijn ingediend met negen maanden verlengd. Hierdoor moest op de aanvraag uiterlijk op 15 februari 2025 worden beslist.
Eiser stelde de minister op 10 juli 2024 schriftelijk in gebreke wegens het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag en diende vervolgens beroep in tegen het uitblijven van een besluit. De rechtbank oordeelde dat deze ingebrekestelling prematuur was omdat de verlengde beslistermijn nog niet was verstreken. Hierdoor was niet voldaan aan de voorwaarden voor ontvankelijkheid van het beroep op grond van artikel 6:12 Awb Pro.
De rechtbank verwees voor de motivering naar een eerdere uitspraak van dezelfde zittingsplaats van 16 februari 2024, waarin werd bevestigd dat de verlenging van de beslistermijn op grond van WBV 2023/3 rechtsgeldig was. De rechtbank besloot het beroep niet-ontvankelijk te verklaren en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De zaak werd zonder zitting behandeld.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege een prematuur ingediende ingebrekestelling.