Eiser diende op 14 september 2023 een asielaanvraag in. De wettelijke beslistermijn van zes maanden zou oorspronkelijk op 14 maart 2024 eindigen. Echter, met de inwerkingtreding van de WBV 2023/3 is deze termijn met negen maanden verlengd tot 14 december 2024. De rechtbank heeft eerder geoordeeld dat deze verlenging rechtsgeldig is vanwege de situatie zoals bedoeld in artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet.
Eiser stelde op 16 september 2024 beroep in tegen het niet-tijdig beslissen op zijn aanvraag, na een ingebrekestelling van 17 juli 2024. De rechtbank oordeelt dat deze ingebrekestelling te vroeg was, omdat de verlengde beslistermijn nog niet was verstreken. Hierdoor is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Partijen kunnen binnen zes weken een verzetschrift indienen indien zij het niet eens zijn met deze uitspraak.