ECLI:NL:RBDHA:2024:20419
Rechtbank Den Haag
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen kennelijk niet-ontvankelijk verklaring beroep asielaanvraag ongegrond verklaard
De rechtbank Den Haag heeft op 6 december 2024 uitspraak gedaan in het verzet van opposant tegen een eerdere uitspraak van 2 oktober 2024, waarin het beroep van opposant kennelijk niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het niet verstreken zijn van de beslistermijn volgens WBV 2023/3.
Opposant stelde dat er sprake is van divergentie binnen de rechtspraak over de rechtsgeldigheid van de verlenging van de beslistermijn in asielzaken, en verwees ter onderbouwing naar eerdere uitspraken van deze rechtbank en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De rechtbank oordeelde echter dat deze divergentie geen aanleiding geeft om het verzet gegrond te verklaren, omdat in het verzet geen nieuwe argumenten zijn aangevoerd die bij een behandeling ter zitting twijfel over de uitkomst zouden kunnen veroorzaken.
De rechtbank handhaafde de eerdere beslissing dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat de beslistermijn nog niet was verstreken ten tijde van het beroep, waardoor de ingebrekestelling prematuur was. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp en griffier A.A.M. Mangroe en is definitief, aangezien tegen deze uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.
Uitkomst: Het verzet tegen de kennelijk niet-ontvankelijkverklaring van het beroep is ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand.