ECLI:NL:RBDHA:2024:16105
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid asielaanvraag wegens internationale bescherming in Duitsland bevestigd
Eiser, van Syrische nationaliteit, diende op 11 september 2023 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk op grond van het feit dat eiser sinds 13 juli 2016 internationale bescherming geniet in Duitsland. De rechtbank behandelde het beroep van eiser tegen deze niet-ontvankelijkheidsverklaring, waarbij eiser niet verscheen.
De rechtbank stelde vast dat eiser een zodanige band met Duitsland heeft dat het redelijk is dat hij daar verblijft. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel leidt ertoe dat Nederland ervan uitgaat dat Duitsland zijn internationale verplichtingen nakomt, tenzij sprake is van structurele tekortkomingen. Eiser stelde psychische klachten te hebben die bij terugkeer zouden verergeren en dat hij niet voldoende zorg in Duitsland zou ontvangen.
De rechtbank oordeelde dat eiser deze stellingen onvoldoende heeft onderbouwd. Eiser heeft geen bewijs geleverd dat Duitsland zijn verdragsverplichtingen jegens hem niet naleeft of dat hij geen toegang heeft tot medische zorg. Ook zijn eerdere toegang tot de arbeidsmarkt en het ontvangen van een uitkering in Duitsland werden in aanmerking genomen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkheid van de asielaanvraag bevestigd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag terecht niet-ontvankelijk verklaard vanwege internationale bescherming in Duitsland.