Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de minister van Asiel en Migratie op zijn asielaanvraag. De rechtbank constateert dat sprake is van bijzondere omstandigheden, waaronder achterstanden bij de behandeling van asielaanvragen.
De rechtbank acht een nadere beslistermijn tot uiterlijk 7 november 2024 redelijk, waarbij zowel het belang van een zorgvuldige beslissing als het belang van eiser bij een spoedige beslissing wordt meegewogen. De uiterste termijn van 21 maanden zoals genoemd in artikel 31, vijfde lid, van de Procedurerichtlijn wordt hiermee niet overschreden.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, draagt verweerder op binnen de gestelde termijn een besluit te nemen en legt een rechterlijke dwangsom van € 100 per dag op bij overschrijding, met een maximum van € 7.500. Tevens worden proceskosten toegekend aan eiser ter hoogte van € 437,50.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt middels geanonimiseerde publicatie. De rechtbank verwijst naar het toepasselijke wettelijke kader en benadrukt dat tegen het niet tijdig nemen van een besluit beroep kan worden ingesteld, mits aan de wettelijke vereisten is voldaan.