Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
Procesverloop
Overwegingen
Conclusie en gevolgen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Kazachse nationaliteit dragende persoon, diende een asielaanvraag in Nederland in die door de staatssecretaris werd geweigerd op grond van de Dublinverordening, waarbij Polen als verantwoordelijke lidstaat werd aangewezen vanwege een Schengenvisum. Eiser betwistte dit en voerde aan dat de Poolse detentieomstandigheden slecht zijn en dat hij als LHBTI-persoon in Polen niet veilig is. Tevens stelde hij dat hij een duurzame relatie heeft met een partner die in Nederland asiel aanvraagt.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd dat de relatie niet duurzaam was en dat eiser en zijn partner samen Nederland waren binnengekomen en sindsdien samen in een AZC verbleven. De verklaringen van eiser over de relatie werden niet weersproken en het ontbreken van nadere vragen door de staatssecretaris werd als onvoldoende beschouwd.
Op grond van artikel 10 van Pro de Dublinverordening is Nederland verantwoordelijk voor de behandeling van de asielaanvraag omdat de partner van eiser in Nederland een asielprocedure doorloopt en zij schriftelijk hebben verklaard samen te willen verblijven. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het besluit om de asielaanvraag niet te behandelen wordt vernietigd en de staatssecretaris moet een nieuw besluit nemen rekening houdend met de duurzame relatie van eiser met zijn partner.