ECLI:NL:RBDHA:2024:16320
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering omgevingsvergunning voor aanbouw en gebruik gemeentelijke grond als tuin
Eiser heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor het vergroten van de aanbouw van zijn woning, het aanpassen van een kozijn, het maken van een tuin en het plaatsen van een hekwerk op gemeentelijke grond. De gemeente heeft deze vergunning geweigerd omdat de aanbouw het maximaal toegestane bebouwde oppervlakte overschrijdt en het gebruik van gemeentelijke grond als tuin niet past binnen de bestemming “Verkeer-2”.
Eiser stelde dat hem door een gemeenteambtenaar was toegezegd dat hij de aanbouw mocht uitvoeren en dat hij de gemeentelijke grond mocht gebruiken als tuin, waardoor hij een beroep deed op het vertrouwensbeginsel. De rechtbank oordeelde dat eiser geen aannemelijk bewijs leverde voor een mondelinge toezegging en dat uit de e-mails geen gerechtvaardigd vertrouwen kon worden afgeleid dat hij de grond mocht huren of kopen en gebruiken als tuin.
De rechtbank concludeerde dat de gemeente in redelijkheid de vergunning heeft mogen weigeren vanwege het belang van behoud van openbare ruimte en een goede ruimtelijke ordening. Het beroep van eiser is daarom ongegrond verklaard en hij krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de omgevingsvergunning is ongegrond verklaard.