Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
,
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsbeslissing
aangeefster had vóór het gebeurde enige tijd een relatie met de verdachte. Ten tijde van het ten laste gelegde was die relatie voorbij, maar op de avond van het ten laste gelegde sliep de verdachte bij haar in huis op de bank. Voordat zij naar haar eigen bed ging, nam aangeefster slaapmedicatie in. ’s Nachts werd zij wakker doordat de verdachte aan haar zat.
Aangeefster verklaarde op 27 december 2021 dat de verdachte op dat moment nog bij haar woonde (ondanks dat de relatie voorbij was) en dat hij de avond daarvoor al eerder thuis was dan zij. Ook verklaart zij dat de verdachte na de seks gelijk in haar bed in slaap was gevallen, en dat zij zelf uit bed is gegaan en op de bank is gaan slapen. De verdachte was de volgende ochtend nog in de woning aanwezig; aangeefster vertelde ook dat de verdachte die ochtend een afspraak had met de reclassering.