ECLI:NL:RBDHA:2024:16374
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen niet tijdig besluit visum kort verblijf, minister opgelegd binnen 8 weken te beslissen
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op haar bezwaar tegen de afwijzing van een visum kort verblijf voor haar en haar minderjarige zoon. De minister had op 19 juni 2024 een besluit genomen dat eiseres als ongegrond ervaart, maar dit besluit is op 5 september 2024 ingetrokken. Hierdoor is het beroep tegen dat besluit niet-ontvankelijk geworden.
De rechtbank beoordeelt vervolgens het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op bezwaar. Eiseres had de minister op 27 mei 2024 schriftelijk in gebreke gesteld, waarna zij tijdig beroep instelde. De rechtbank oordeelt dat de minister opnieuw binnen een termijn van acht weken een besluit moet nemen, omdat bijzondere omstandigheden gelden en de minister heeft toegezegd eiseres te horen.
De rechtbank legt een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €7.500 bij overschrijding van deze termijn. Tevens veroordeelt de rechtbank de minister tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van eiseres. De uitspraak is gedaan door rechter J.M. Emaus en griffier F. Metz op 7 oktober 2024.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep tegen het besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit gegrond, legt een termijn van acht weken op en een dwangsom bij overschrijding.