ECLI:NL:RBDHA:2024:16511
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in zaak verblijfsvergunning asiel
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen omdat Duitsland verantwoordelijk wordt geacht voor de behandeling van de aanvraag. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met een gerelateerde zaak op 23 september 2024 behandeld. Tijdens de zitting waren verzoeker, zijn gemachtigde, de gemachtigde van de minister en een tolk aanwezig. Na sluiting van het onderzoek heeft de rechtbank bij uitspraak in de hoofdzaak (zaaknummer NL24.30163) de beslissing genomen, waardoor de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.