De minister van Asiel en Migratie legde op 9 september 2024 aan eiser een maatregel van bewaring op op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank had eerder de rechtmatigheid van de maatregel tot het sluiten van het onderliggende onderzoek beoordeeld en verklaarde deze toen rechtmatig.
Uit een latere uitspraak van de rechtbank bleek echter dat de omzetting van een eerdere maatregel van bewaring te laat had plaatsgevonden, waardoor eiser twee dagen onrechtmatig in bewaring had doorgebracht. De rechtbank oordeelt dat deze onrechtmatigheid doorwerkt in de beoordeling van de huidige maatregel, waardoor het voortduren van de maatregel vanaf 30 september 2024 onrechtmatig is.
De rechtbank beveelt daarom de opheffing van de maatregel met ingang van de dag van uitspraak, 10 oktober 2024. Tevens kent zij een schadevergoeding toe van € 1.100,- voor elf dagen onrechtmatige vrijheidsontneming en veroordeelt zij de minister tot betaling van de proceskosten van € 875,- aan de rechtsbijstandverlener van eiser.