Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag door verweerder, nadat de rechtbank bij uitspraak van 27 mei 2024 een termijn van twaalf weken had gesteld voor een nieuw besluit. De rechtbank constateert dat verweerder niet binnen deze termijn heeft beslist en dat de maximale beslistermijn van 21 maanden is verstreken.
De rechtbank stelt vast dat verweerder binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Indien dit niet gebeurt, wordt verweerder verplicht een dwangsom van € 100,- per dag te betalen, met een maximum van € 7.500,-. Dit is gebaseerd op de toepasselijkheid van artikel 8:55d, tweede lid, en artikel 8:72, zesde lid, van de Awb, ondanks een tijdelijke wet die dit aanvankelijk uitsloot.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 437,50, aangezien eiser een professionele juridische hulpverlener heeft ingeschakeld. De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en verklaart het beroep gegrond.