ECLI:NL:RBDHA:2024:16592
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen vrijheidsontnemende maatregel in grensprocedure asiel
Eiseres is in bewaring gesteld op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 vanwege het grensbewakingsbelang. Tegen dit besluit heeft zij beroep ingesteld, tevens met een verzoek om schadevergoeding. De rechtbank heeft de zaak schriftelijk behandeld en het onderzoek gesloten op 4 oktober 2024.
Eiseres stelde dat de bewaring onrechtmatig is omdat haar Syrische identiteitsdocument als echt is bevonden en terugkeer naar Syrië een reëel risico op ernstige schade oplevert. Ook betoogde zij dat de bewaring onnodig lang duurt gezien de geplande behandeling van het asielberoep op 31 oktober 2024 en dat er geen zicht is op uitzetting.
De rechtbank oordeelt dat de vrijheidsontnemende maatregel gerechtvaardigd is binnen de grensprocedure en dat verweerder niet verplicht was een pré-toets te doen naar de inwilligbaarheid van het asielverzoek bij het opleggen van de maatregel. Het tijdsverloop tot de behandeling van het asielberoep is niet onrechtmatig en zicht op uitzetting is geen vereiste voor de maatregel. Het beroep en het verzoek om schadevergoeding worden daarom afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.