ECLI:NL:RBDHA:2024:1676
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag
Eiser diende op 30 september 2023 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel in. Eerder had eiser op 18 juli 2019 een asielaanvraag ingediend die niet in behandeling werd genomen vanwege de Dublinverordening, waarna het beroep van eiser ongegrond werd verklaard en het hoger beroep werd ingetrokken.
Eiser stelde dat het eerdere besluit geen betekenis meer had na het verstrijken van de overdrachtstermijn volgens de Dublinverordening en dat een nieuwe aanvraag niet nodig was. De rechtbank oordeelde dat het verstrijken van de overdrachtstermijn niet betekent dat het eerdere besluit wordt ingetrokken of ongeldig wordt.
De rechtbank stelde vast dat de beslistermijn van zes maanden op de nieuwe aanvraag van 30 september 2023 pas eindigt op 30 maart 2024. De ingebrekestelling van 13 september 2023 was daarom prematuur ingediend. Hierdoor voldoet het beroep niet aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, van de Awb en is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter M. Munsterman en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.