Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een vreemdeling met de Ghanese nationaliteit, is op 27 maart 2024 onder bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Deze maatregel is op 17 september 2024 met maximaal twaalf maanden verlengd. Eiser stelde beroep in tegen deze verlenging en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank overwoog dat de wettelijke voorwaarden voor verlenging van bewaring zijn vervuld, omdat eiser niet beschikt over een geldig grensdocument en niet meewerkt aan zijn uitzetting, onder meer door weigering tot fysieke presentatie bij de Ghanese autoriteiten. Hoewel eiser betoogde dat medewerking niet langer vereist is, oordeelde de rechtbank dat van eiser mag worden verlangd dat hij aan zijn persoonlijke presentatie meewerkt en zelfstandig stappen onderneemt om documenten te verkrijgen.
Verder stelde eiser dat het zicht op uitzetting ontbreekt en verweerder onvoldoende voortvarend is. De rechtbank vond dit niet aannemelijk, gelet op de voortgangsrapportage en de regelmatige rappelle bij de Ghanese autoriteiten. De langere duur van de bewaring wordt toegerekend aan eiser zelf.
De rechtbank concludeerde dat het verlengingsbesluit voldoende gemotiveerd is, dat de gronden niet zijn betwist en dat het beroep ongegrond is. Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de verlenging van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.