Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 9 oktober 2024 in de zaken tussen
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
- De echtgenoot heeft op 29 mei 2008 te [plaatsnaam] de formulieren getekend voor het openen van de rekening;
- Bij het openen heeft de echtgenoot volmacht over de rekening aan eiseres verstrekt;
- Aan de rekening zijn twee creditcards gekoppeld; een op naam van de echtgenoot en een op naam van eiseres;
- De rekening is gesloten op 11 december 2009;
- De volgende mutaties hebben op de rekening plaatsgevonden:
1. Waaruit blijkt dat het vermogen op[de rekening]
afkomstig is van[B]
? Ter staving ontvang ik gaarne de onderliggende bescheiden waaruit blijkt dat het vermogen op[de rekening]
afkomstig is van[B].
Dus graag de bewijsstukken waaruit blijkt dat ik het vermogen aan[B]
dien te rekenen.
–nietals inkomsten en vermogensbestanddelen van[de echtgenoot en eiseres]
aangemerkt dienen te worden. Ik verzoek u om hierbij de onderliggende bankbescheiden van deze twee bijschrijvingen aan mij over te leggen waaruit blijkt van welke bankrekening(en) deze bedragen afkomstig zijn.
van[B]
een contant bedrag van € 298.950 heeft ontvangen? Ter staving ontvang ik gaarne de onderliggende bewijsstukken.
aangemerkt dienen te worden(…)
;
aangemerkt dienen te worden.
6. Ik verzoek u om hierbij de onderliggende bankbescheiden van de twee hierboven staande bijschrijvingen van respectievelijk € 20.000 en € 10.000 aan mij over te leggen waaruit blijkt van welke bankrekening(en) deze bedragen afkomstig zijn.
geen wetenschap heeft van de overboekingen van € 4.100, € 250.000 en € 299.000(…)
en in de veronderstelling is dat deze bedragen (terug)betalingen aan[B]
betreffen.[Eiser]
en[de echtgenote]
waren enige rekeninghouders van [de rekening]. Opdrachten hiertoe kunnen derhalve uitsluiten[de echtgenoot]
en[eiseres] [ge]
geven hebben.Vraag: Ter staving ontvang ik gaarne de bescheiden waaruit blijkt wie opdracht gegeven heeft voor deze drie overboekingen en naar welke rekening(en) met welke tenaamstelling werden de bovengenoemde bedragen overgeboekt. Hieruit moet dus blijken wie er de beschikking heeft gekregen (of is blijven behouden) over deze bedragen?
het bedrag van de opname op 11 december 2009 van € 36.918,92 aan[B]
heeft teruggegeven. Ter staving ontvang ik gaarne de bewijsstukken waaruit blijkt waar en wanneer dit bedrag aan[B]
werd overgedragen.”
“1. Stukken waaruit blijkt naar wie deze gelden zijn overgemaakt op 5 augustus 2008.
2. Stukken waaruit blijkt naar wie deze gelden zijn overgemaakt op 10 oktober 2009.
zijn terug gegeven.
afgesproken bedrag.”
, naar toe zijn overgeboekt. Hieruit dient te blijken wie er rechthebbende is (zijn), of is (zijn) geworden van deze bedragen na overboeking.”
Beslissing
- veroordeelt de Staat tot vergoeding van immateriële schade tot een bedrag van € 417;
- veroordeelt verweerder tot vergoeding van immateriële schade tot een bedrag van