Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 oktober 2024 in de zaak tussen
[eiser 1] en [eiser 2] , uit [woonplaats] , eisers
de burgemeester van [plaats] , verweerder
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
.In het Instrument is geen omschrijving gegeven van “ernstige en herhaaldelijke hinder”. De rechtbank overweegt dat ten aanzien van de vraag of sprake is van ernstige of herhaaldelijke hinder aansluiting kan worden gezocht bij de hindercriteria zoals neergelegd in artikel 5:37 van Pro het BW. Of het veroorzaken van hinder onrechtmatig is, hangt blijkens de hindercriteria af van de aard, de ernst en de duur van de hinder en de daardoor veroorzaakte schade in verband met de verdere omstandigheden van het geval. Voornoemd artikel ziet weliswaar op een ander kader – zijnde civielrechtelijke onrechtmatige hinder – maar aan de hierin neergelegde criteria kunnen wel handvatten worden ontleend voor het toetsingskader op grond van artikel 151d van de Gemeentewet. Wat het aspect van ‘herhaaldelijk’ betreft is er sprake van hinder met een grote frequentie die zich over een zeer lange periode uitstrekt en tot op de dag van vandaag doorgaat [8] .