ECLI:NL:RVS:2024:2312
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- J.Th. Drop
- A.B. Blomberg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing handhavingsverzoeken tegen overlast honden en toekenning schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Appellanten, buren van de hondenbezitter, verzochten de burgemeester en het college van Tilburg handhavend op te treden tegen de overlast veroorzaakt door drie honden. De overlast bestond uit loslopende honden, geluidsoverlast door blaffen en vermeende gevaarlijke gedragingen.
De burgemeester en het college wezen de handhavingsverzoeken en daarop volgende bezwaren af, omdat uit onderzoek en controles geen overtredingen of gevaarlijk gedrag waren vastgesteld. De rechtbank verklaarde de beroepen van appellanten ongegrond. Appellanten stelden hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank en oordeelde dat de burgemeester en het college voldoende onderzoek hadden verricht. De videobeelden en rapporten van appellanten konden niet leiden tot een ander oordeel, mede omdat deze deels dateren van na de besluiten. Tevens werd vastgesteld dat de oprit geen weg is in de zin van de APV, waardoor het college niet bevoegd was om handhavend op te treden.
Verder stelde de Afdeling vast dat de redelijke termijn voor de afhandeling van de bestuursrechtelijke procedure was overschreden met negen maanden. Daarom werd appellanten een schadevergoeding van € 1.000,00 toegekend, waarvan het college en de Staat der Nederlanden ieder voor een deel aansprakelijk werden gesteld. De Afdeling wees het hoger beroep af en veroordeelde partijen tot vergoeding van proceskosten in verband met het verzoek om schadevergoeding.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van handhavingsverzoeken bevestigd; appellanten ontvangen een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.