Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Braziliaanse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier om bij zijn moeder in Nederland te verblijven. De aanvraag werd afgewezen omdat eiser niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en geen vrijstelling kon worden verleend. Verweerder stelde dat er geen sprake was van een gezinsleven zoals bedoeld in artikel 8 EVRM Pro, omdat de relatie tussen eiser en zijn moeder niet verder ging dan een gebruikelijke emotionele band.
Eiser voerde aan dat zijn hulp onmisbaar is voor zijn moeder die ernstig ziek is en dat er sprake is van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheid. Ook stelde hij dat toepassing van de hardheidsclausule gerechtvaardigd was vanwege de bijzondere omstandigheden. Verweerder betoogde dat eiser sinds 1997 niet meer samenwoont met zijn moeder, zelfstandig in Brazilië heeft kunnen leven, en dat de moeder nog andere familieleden en zorgmogelijkheden heeft.
De rechtbank oordeelde dat de emotionele en financiële banden tussen eiser en zijn moeder niet verder gaan dan gebruikelijk zijn tussen een ouder en meerderjarig kind. De hardheidsclausule kon niet worden toegepast omdat de omstandigheden niet van dien aard waren dat het onevenredig bezwarend zou zijn om terug te keren naar Brazilië. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. De rechtbank vond het besluit zorgvuldig gemotiveerd en in overeenstemming met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van een geldige mvv en geen meer dan gebruikelijke afhankelijkheid.