ECLI:NL:RBDHA:2024:17092
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling wegens niet tijdig beslissen op bezwaarschrift
Verzoekster diende een bezwaarschrift in bij verweerder, de Minister van Buitenlandse Zaken, waarop niet tijdig werd beslist. Hierdoor startte verzoekster een beroep bij de rechtbank. Op 24 juli 2024 nam verweerder alsnog een besluit op het bezwaarschrift, waarna verzoekster haar beroep introk en verzocht om proceskostenvergoeding.
De rechtbank oordeelde dat verweerder aan verzoekster tegemoet is gekomen door alsnog een beslissing te nemen tijdens het beroep. Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechtbank bij intrekking van het beroep het bestuursorgaan veroordelen in proceskosten.
Gezien het lichte gewicht van de zaak, het beperkte belang en het inschakelen van een professionele hulpverlener, bepaalde de rechtbank de proceskostenvergoeding op € 437,50. Verweerder werd veroordeeld tot betaling van dit bedrag aan verzoekster. De uitspraak werd gedaan door rechter A. Skerka op 30 september 2024.
Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van € 437,50 aan proceskosten aan verzoekster wegens het niet tijdig beslissen op het bezwaarschrift.