Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] ,
[naam] ,
[naam] ,
Inleiding
Beslissing
F.Q. Peters, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoekers, allen van Syrische nationaliteit, dienden op 7 december 2022 een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. Na het uitblijven van een besluit stelden zij in 2023 beroep in, waarop de rechtbank Zwolle het beroep gegrond verklaarde en de minister een nieuwe beslistermijn van acht weken oplegde met een dwangsom bij overschrijding.
Verzoekers dienden op 25 januari 2024 een tweede beroep in tegen het niet tijdig beslissen, terwijl de maximale dwangsom nog niet was bereikt. Volgens het landelijk beleid van 25 maart 2020 is een opvolgend beroep in zo’n situatie niet-ontvankelijk. De minister besloot uiteindelijk op 30 augustus 2024 de aanvraag van verzoekers toe te wijzen, waarna verzoekers het beroep introkken en proceskostenvergoeding vorderden.
De rechtbank oordeelt dat het tweede beroep niet ontvankelijk was en er geen sprake is van geheel of gedeeltelijk tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75a Awb. Daarom wijst de rechtbank het verzoek tot proceskostenvergoeding als kennelijk ongegrond af. Er bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek tot proceskostenvergoeding wordt afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid van het beroep.