ECLI:NL:RBDHA:2024:17285
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, van Afghaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel in Nederland. De minister nam de aanvraag niet in behandeling omdat Frankrijk verantwoordelijk is op grond van de Dublinverordening. Eiser stelde dat artikel 16 toegepast Pro moest worden vanwege zijn medische situatie en afhankelijkheid van zijn in Nederland verblijvende kinderen, maar leverde geen bewijsstukken ter onderbouwing.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij voldoet aan de strikte voorwaarden voor toepassing van artikel 16, zoals wettig verblijf van de kinderen en schriftelijke verklaringen over zorg. Ook het betoog dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet geldt vanwege tekortkomingen in het Franse asiel- en opvangsysteem werd verworpen, mede gelet op recente jurisprudentie en onvoldoende concrete onderbouwing.
Ten slotte stelde eiser dat artikel 17 van Pro de Dublinverordening toegepast moest worden vanwege zijn medische en sociale omstandigheden. De rechtbank vond dat de minister zich redelijkerwijs op het standpunt kon stellen dat onvoldoende objectieve gegevens waren overgelegd die de ernst van zijn gezondheidstoestand en de gevolgen van overdracht aantonen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiser mag worden overgedragen aan Frankrijk.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en eiser mag worden overgedragen aan Frankrijk.