ECLI:NL:RBDHA:2024:17294
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen matiging boete voor tewerkstelling zonder vergunning ondanks beperkte verwijtbaarheid
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van een stichting tegen een bestuurlijke boete opgelegd door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wegens het tewerkstellen van een vreemdeling zonder de vereiste tewerkstellingsvergunning of gecombineerde vergunning.
Op 29 november 2021 werd tijdens een controle vastgesteld dat twee personen sloopwerkzaamheden uitvoerden in het pand van de stichting, waarbij één persoon zonder vergunning werkte. De stichting erkende de overtreding, maar betwistte de hoogte van de boete en stelde dat zij beperkt verwijtbaar had gehandeld omdat zij een aannemer had ingeschakeld die zelfstandig de werkzaamheden uitvoerde en zij door de Covid-19 lockdown niet kon toezien.
De rechtbank oordeelde dat de boete terecht was gebaseerd op een normale mate van verwijtbaarheid. De stichting had onvoldoende controle uitgeoefend en onvoldoende concreet onderbouwd waarom toezicht onmogelijk was. De rechtbank handhaafde de boete van €4.000 en wees het beroep af, waarbij ook geen proceskosten werden toegekend.
Uitkomst: De rechtbank handhaaft de boete van €4.000 wegens normale verwijtbaarheid en verklaart het beroep ongegrond.