ECLI:NL:RBDHA:2024:1730
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugkeerbesluit en SIS-signalering na intrekking studievergunning
Eiser kreeg een verblijfsvergunning voor studie, die per 1 mei 2022 werd ingetrokken wegens onvoldoende studievoortgang. Verweerder vaardigde daarop een terugkeerbesluit uit en signaleerde eiser in het Schengeninformatiesysteem (SIS). Eiser was inmiddels verhuisd naar Portugal en betwistte het terugkeerbesluit en de SIS-signalering, stellende dat hij ten tijde van het besluit niet in Nederland verbleef en dat de signalering onevenredig is.
De rechtbank overwoog dat de rechtmatigheid van het terugkeerbesluit moet worden beoordeeld op basis van de feiten die bekend waren ten tijde van het besluit. Verweerder mocht aannemen dat eiser in Nederland verbleef, aangezien eiser geen zienswijze had ingediend en de Basisregistratie Personen aangaf dat hij pas later vertrok.
Verder is volgens de rechtbank de signalering in het SIS verplicht op grond van Verordening 2018/1860 en dient deze het doel van toezicht op naleving van terugkeerverplichtingen. De door eiser aangevoerde toepasselijkheid van Verordening 2018/1861 werd verworpen. Ook kon verweerder geen rekening houden met de Portugese verblijfsaanvraag van eiser, omdat hij hiervan niet op de hoogte was.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, het terugkeerbesluit en de SIS-signalering blijven van kracht en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit en de SIS-signalering wordt ongegrond verklaard en blijven van kracht.