ECLI:NL:RBDHA:2024:17397
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen op asielaanvraag wegens verlengde beslistermijn
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Hij stelt dat verweerder niet tijdig heeft beslist en dat de verlenging van de beslistermijn onder WBV 2023/3 niet van toepassing is. De rechtbank heeft partijen geïnformeerd dat een zitting niet nodig is en het onderzoek gesloten zonder zitting.
De rechtbank overweegt dat volgens de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een betrokkene eerst een ingebrekestelling moet sturen voordat beroep kan worden ingesteld bij niet tijdig beslissen. Sinds 27 januari 2023 geldt WBV 2023/3, waardoor de beslistermijn voor asielaanvragen ingediend tussen 1 januari 2023 en 1 januari 2024 met negen maanden is verlengd.
Eiser betwist dat de verlenging terecht is toegepast, maar de rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak waarin is vastgesteld dat de verlenging terecht is. Omdat eiser zijn aanvraag op 6 november 2023 heeft ingediend, geldt de verlengde beslistermijn tot 6 februari 2025. De ingebrekestelling van 20 augustus 2024 is dus te vroeg. Hierdoor voldoet het beroep niet aan de voorwaarden en is het niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard vanwege een te vroege ingebrekestelling onder de verlengde beslistermijn.