ECLI:NL:RBDHA:2024:17428
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende onderzoek opvang amv
Eiser, een Liberiaanse minderjarige die via Guinee naar Nederland kwam, vroeg asiel aan. De minister wees zijn aanvraag meerdere malen af, waarbij eerdere besluiten door de rechtbank werden vernietigd wegens motiveringsgebreken. In het bestreden besluit van 25 maart 2023 werd de aanvraag opnieuw afgewezen, met een terugkeerbesluit naar Liberia.
Eiser stelde dat de minister onvoldoende onderzoek had gedaan naar zijn opgebouwde privéleven in Nederland en de beschikbaarheid van adequate opvang in Liberia als alleenstaande minderjarige vreemdeling, zoals vereist onder artikel 8 EVRM Pro en het arrest TQ van het HvJEU. De rechtbank oordeelde dat de minister weliswaar de belangenafweging volgens artikel 8 EVRM Pro zorgvuldig had gemaakt, maar het onderzoek naar opvang in Liberia onvoldoende was en niet adequaat was gemotiveerd.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en gaf de minister de opdracht binnen twaalf weken een nieuw besluit te nemen, waarbij rekening moet worden gehouden met de uitspraak. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd vanwege onvoldoende onderzoek naar adequate opvang in het land van herkomst.